Huurvoorwaarden

Home Huurvoorwaarden
HISWA ALGEMENE VOORWAARDEN HUUR EN VERHUUR PLEZIERVAARTUI­GEN

Deze Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Pleziervaartuigen van HISWA Vereniging (Nederlandse Vereniging van Ondernemingen in de Be­drijfs­tak Waterrecreatie) zijn tot stand gekomen in november 1998 in overleg met de Consumentenbond en de ANWB in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg van de Sociaal-economische Raad. Gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam op 22 oktober 1998 onder nummer 201/1998.

HISWA Vereniging zal tegen misbruik optreden om de gewenste exclusiviteit ook daadwerkelijk te kunnen realiseren.

Leden worden dan ook verzocht het HISWA kantoor te informeren wanneer misbruik wordt geconstateerd.

Ter versterking is copyright gevestigd op de diverse teksten.

HOOFDSTUK I – DEFINITIES 

ARTIKEL 1

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

  1. de verhuurder: de ondernemer tevens lid van HISWA Vereniging (Neder­landse Vereniging van Ondernemingen in de Bedrijfstak Water­recreatie) die bedrijfsmatig goederen tegen betaling aan der­den ter be­schikking stelt;
  2. de huurder: hij (natuurlijk persoon) die, niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf (consument) tegen beta­ling (register-)goederen van derden in gebruik heeft;
  3. de huurovereenkomst: de overeenkomst waarbij de verhuur­der zich verbindt om de huurder tegen betaling een vaartuig zon­der bemanning in gebruik te geven;
  4. de geschillencommissie: de Geschillencommissie Waterrecreatie te ‘s-Gravenhage.

HOOFDSTUK II – DE VERPLICHTINGEN VAN DE VERHUURDER

ARTIKEL 2       

  1. Bij de aanvang van de huurperiode draagt de verhuurder het vaartuig over aan de huurder. De verhuurder draagt

er zorg voor dat het vaartuig in goede staat verkeert, dat het kan dienen voor het gebruik waarvoor het bestemd is en dat het is voorzien van een voor het overeengekomen vaargebied deugdelij­ke veilig­heids­uitrusting.

  1. De verhuurder is verplicht her vaartuig ten behoeve van de huurder te verzekeren tegen wettelijke aansprakelijkheid, cas­coschade en diefstal voor de vaart in het tussen verhuurder en huurder overeengekomen vaargebied.

HOOFDSTUK III – DE VERPLICHTINGEN VAN DE HUURDER 

ARTIKEL 3

 De huurder is verplicht de inventaris vermeld op de door de ver­huurder aan de huurder ter hand te stellen

inventarislijst en de bij het vaartuig voor het betreffende vaargebied behorende vei­ligheidsuitrusting te controleren op

aanwezigheid.

Indien de zich aan boord bevindende inventaris niet overeenstemt met de inventaris vermeld op de inventarislijst dan

wel in geval de veiligheidsuitrusting onvolledig of ondeugdelijk is, dient de huurder hiervan, voor afvaart, de

verhuurder in kennis te stel­len.

ARTIKEL 4

Voor de afvaart dienen partijen de conditielijst voor akkoord af te tekenen.

De verhuurder stelt een afschrift van de afgetekende conditie­lijst aan de huurder ter hand.

ARTIKEL 5

De huurder gebruikt het vaartuig als een goed huisvader en goed schipper en overeenkomstig de bestemming.

De huurder mag geen veranderingen in het vaartuig aanbrengen. De huurder mag het vaartuig niet in gebruik afstaan

zonder schriftelijke toe­stemming van de verhuurder.

ARTIKEL 6

Aan het einde van de huurperiode draagt de huurder het vaartuig over aan de verhuurder op de overeengekomen tijd

en plaats en in dezelfde staat als waarin hij het ontvangen heeft.

ARTIKEL 7

De kosten die direct verband houden met het gebruik van het vaartuig, zoals haven-, brug-, kade-, sluis- en liggelden

en kosten voor brandstof, zijn voor rekening van de huurder.

ARTIKEL 8

De huurder heeft voor het laten verrichten van reparaties toestemming nodig van de verhuurder. De verhuurder betaalt  de huurder de reparatiekosten terug als gespecificeerde rekeningen terzake worden overlegd.

De kosten van het normale onderhoud en herstel van gebreken zijn voor rekening van de verhuurder.

ARTIKEL 9

  1. De huurder moet schade van welke aard dan ook, dan wel feiten en/of omstandigheden die redelijkerwijs tot schade kunnen leiden, zo spoedig mogelijk aan de verhuurder mededelen.

De huurder moet zich houden aan de aanwijzingen van de ver­huurder tot behoud van het vaartuig en tot behoud van de rechten van de verhuurder.

  1. Niet-nakoming van het bepaalde in lid 1 kan voor de huurder leiden tot volledige aansprakelijkheid voor schade en kosten.

HOOFDSTUK IV – DE AANSPRAKELIJKHEID

ARTIKEL 10

  1. De huurder is aansprakelijk voor schade en/of verlies van het vaartuig, voor zover niet gedekt door de verzekering, ont­staan gedurende de tijd dat hij het vaartuig onder zich heeft. De huurder is niet aansprakelijk indien hij kan aanto­nen dat de schade en/of het verlies niet door hem of door één van zijn medeopvarenden is veroorzaakt, dan wel niet aan hem en/of de zijnen is toe te rekenen.

Onder schade wordt tevens verstaan gevolgschade.

  1. De huurder is volledig aansprakelijk voor de door hem veroor­zaakte (gevolg) schade welke niet is verzekerd op grond van de in artikel 1 bedoelde verzekering in geval hij het vaar­tuig gebruikt in het niet tussen hem en de verhuurder over­eengekomen vaargebied.

HOOFDSTUK V – IN VERZUIM ZIJN EN WANPRESTATIE

ARTIKEL 11

Indien de verhuurder zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst niet nakomt, kan de huurder de

huurovereen­komst zonder tussenkomst van de rechter als ontbonden beschou­wen. De verhuurder moet dan

onmiddellijk alle reeds betaalde be­dragen terugbetalen.

De huurder heeft tevens aanspraak op vergoeding van eventuele door hem geleden schade, tenzij de tekortkoming aan de zijde van de verhuurder laatstgenoemde niet kan worden toegerekend.

Het bovenstaande geldt niet als door de verhuurder een voor beide partijen redelijk alternatief wordt geboden.

ARTIKEL 12

  1. Indien het vaartuig later dan het afgesproken tijdstip op de overeengekomen plaats wordt overgedragen, heeft de verhuurder recht op een evenredige vermeerdering van de huursom en op vergoeding van verdere (gevolg-) schade, tenzij de verlate teruggave niet aan de huurder kan worden toegerekend.
  2. Indien het vaartuig door de huurder niet in dezelfde staat als waarin hij het heeft ontvangen wordt overgedragen, dan wel indien hij niet heeft gehandeld conform artikel 9 van deze voorwaarden, is de verhuurder gerechtigd op kosten van de huurder het vaartuig in de staat te herstellen als waarin het zich bij aanvang van de huurperiode bevond. Dit laatste geldt niet wanneer bedoelde kosten door de verzekering zijn afgedekt.

ARTIKEL 13

  1. Indien de huurder de verschuldigde opeisbare huur niet vol­doet, dan wel zijn verplichtingen ingevolge de huurovereen­komst niet nakomt gerekend vanaf de datum dat de verhuurder hem terzake schriftelijk in gebreke heeft gesteld, wordt hij ge­acht van rechtswege in verzuim te zijn. De verhuurder kan dan zonder tus­sen­komst van de rechter de huurovereenkomst voor ontbonden houden en het vaartuig onmiddellijk tot zich nemen.
  2. Ingeval de huurder met betaling in verzuim is, is de verhuur­der gerechtigd een wettelijke rente plus 3% op jaarbasis over het ver­schuldigde bedrag aan de huurder in rekening te brengen. Deze rente wordt berekend vanaf de vervaldag, waarbij een gedeelte van een maand voor een hele maand wordt gerekend. Eén en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 10 van deze voorwaarden.
  3. Indien één van de partijen wordt genoodzaakt om rechtsbij­stand in te roepen in verband met een geschil dat betrekking heeft op de tussen hen gesloten huurovereenkomst, is de in verzuim zijnde par­tij dan wel de in het ongelijk gestelde partij (tevens) de aan de rechtsbijstand verbonden kosten verschuldigd. Deze buitengerechtelijke incassokosten bedragen 15% van het door de ene partij aan de andere partij verschul­digde bedrag met een minimum van € 115,00, te vermeerderen met de werkelijk gemaakte verschotten, tenzij de wederpartij be­wijst dat met een lager minimum had kunnen worden volstaan. Eén en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 10 van deze voor­waarden.

HOOFDSTUK VI – ANNULERING EN RECLAME 

ARTIKEL 14

  1. Indien de huurder de huurovereenkomst wil annuleren, moet hij de verhuurder zo spoedig mogelijk hiervan

schriftelijk in ken­nis stellen.

In geval van annulering is de huurder aan de verhuurder een gefixeerde schadeloosstelling verschuldigd te hoogte van

–      15% van de overeengekomen huursom in geval van annulering   tot drie maanden vóór de aanvang van de huurperiode;

–      50% van de overeengekomen huursom in geval van annulering  tot twee maanden vóór de aanvang van de huurperiode;

–      75% van de overeengekomen huursom in geval van annulering  tot één maand vóór de aanvang van de huurperiode;

–      100% van de overeengekomen huursom in geval van annulering  binnen één maand vóór de aanvang van de huurperiode dan wel op de ingangsdatum van de huurperiode, alle voornoemde schadeloosstellingbedragen met een minimum van € 68,00.

  1. In geval van annulering door de huurder kan hij de verhuurder om indeplaatsstelling van een derde verzoeken.

In het geval vorenbedoelde derde voor de verhuurder accepta­bel is, is de huurder slechts 10% van de overeengekomen huur­som met een minimum van € 45,00 en een maximum van € 115,00 verschuldigd.

ARTIKEL 15

Klachten over de uitvoering van de huurovereenkomst dienen, bij voorkeur schriftelijk en behoorlijk omschreven en

toegelicht, binnen bekwame tijd nadat de huurder de klacht heeft geconsta­teerd of heeft kunnen constateren, ter kennis te worden gebracht van de verhuurder.

De ge­vol­gen van niet tijdige reclame komen voor rekening van de huur­der.

HOOFDSTUK VII – GESCHILLEN: DE GESCHILLENCOMMISSIE EN DE GEWONE RECHTER

ARTIKEL 16

  1. Op alle geschillen met betrekking tot de huurovereenkomst is Nederlands recht van toepassing. Uitsluitend een Neder­lands rechtscollege dan wel de hierna te noemen geschillen­commissie is bevoegd van deze geschillen kennis te nemen.
  2. Geschillen tussen de huurder en de verhuurder over de tot­standkoming of uitvoering van de huurovereenkomst ­waarop deze voorwaarden van toepassing zijn, kunnen zowel door de huurder als door de verhuurder worden voorgelegd aan de Geschillen­commis­sie Waterrecreatie, Postbus 90600, 2509 LP GJ  ‘s-Gra­venha­ge.
  3. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in be­handeling genomen, indien de huurder zijn klacht eerst binnen bekwame tijd aan de verhuurder heeft voorgelegd.
  4. De huurder moet het geschil uiterlijk drie maanden nadat hij zijn klacht aan de verhuurder heeft voorge­legd schriftelijk bij de geschillencommissie aanhangig maken onder vermelding van namen en adressen van de huurder en van de verhuurder en een duidelijke om­schrijving van het geschil en de eis.

Wanneer de huurder het geschil aan de geschillencommissie heeft voorgelegd, is de verhuurder aan deze keuze gebonden en staat hem terzake geen beroep op de gewone rechter meer open.

  1. De geschillencommissie is niet bevoegd een geschil in behan­deling te nemen dat uitsluitend betrekking heeft op de niet-betaling van een factuur en waaraan geen materiële klacht ten grondslag ligt.

Ingeval de huurder zijn factuur niet tijdig betaalt, is de verhuurder bevoegd een procedure bij de gewone rechter aan­hangig te maken, mits de verhuurder vóór de aanvang van de procedure de huurder een termijn van één maand na ontvangst van de aanmaning heeft gegeven om het geschil aan de geschil­lencommissie voor te leggen.

  1. Indien de verhuurder een geschil voorlegt aan de geschillen­commissie, neemt de geschillencommissie dit geschil pas in behandeling nadat de huurder binnen een maand schriftelijk heeft verklaard dat hij zich aan de uitspraak van de geschil­lencom­missie zal on­derwerpen en het eventueel verschuldigde (restant-)bedrag bij de geschillencommissie in depot heeft gestort.
  2. Indien de huurder een geschil voorlegt aan de geschillencom­missie, neemt de geschillencommissie dit geschil pas in be­handeling nadat de huurder het aan de verhuurder eventu­eel verschuldigde (restant-)bedrag bij de geschillencommissie in depot heeft gestort. De huurder moet dit bedrag binnen een maand op een door de geschillencommissie aan te geven reke­ning storten.

Ingeval de huurder bedoeld depot niet tijdig heeft gestort, wordt aangenomen dat hij zich niet aan het oordeel van de geschillen­commissie wil onderwerpen.

  1. De geschillencommissie doet uitspraak bij wege van bindend advies. De HISWA staat ten opzichte van de huurder borg voor nakoming van het door de geschillencommissie uitgebrachte bindende advies. Voor deze borgstelling geldt een maximum van € 14.000,00 (inclusief BTW) per bindend advies.

Ingeval van faillissement, surséance van betaling of be­drijfsbeëindiging van de verhuurder geldt de borgstelling alleen als de huurder het geschil bij de geschillencommissie aanhangig heeft gemaakt vóórdat van een dergelijke situatie sprake is. Voornoemde borgstelling geldt niet in geval de verhuurder het bindend advies binnen twee maanden na de toe­zending ervan ter toetsing aan de rechter voorlegt en het vonnis waarbij de rechter het bindend advies onverbindend verklaart in kracht van gewijsde is gegaan.

De geschillencommissie neemt slechts een geschil in behande­ling indien met het geschil een bedrag van niet meer dan € 14.000,00 (inclusief BTW) is gemoeid.

  1. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding ver­schuldigd.
  2. Ingeval het geschil aan de ge­schillencommissie wordt voor­ge­legd, is arti­kel 11 lid 2 en 3 niet van toepas­sing.
  3. Voor de behandeling van geschillen wordt verwezen naar het Reglement Geschillencommissie Waterrecreatie.

HOOFDSTUK VIII – AFWIJKINGEN EN WIJZIGINGEN VAN DE VOORWAARDEN

ARTIKEL 17

Individuele afwijkingen, waaronder begrepen aanvullingen dan wel uitbreidingen, van deze algemene voorwaarden

moeten schrif­telijk worden vastgelegd. 

ARTIKEL 18 

HISWA Vereniging zal deze algemene voorwaarden niet wijzigen dan nadat daarover overleg is gepleegd met de

ANWB en de Consumenten­bond. Deze wijzigingen worden pas van kracht twee maanden nadat ze zijn gepubliceerd

door de desbe­tref­fende organisaties die de verplichting op zich nemen om de­ze wij­zigin­gen in hun periodieken

openbaar te maken zodra ze zijn vast­ge­steld.

ARTIKEL 19

Deze voorwaarden kunnen zijn vertaald vanuit de Nederlandse taal in een vreemde taal. In geval van mogelijke

verschillen in de teksten, die het gevolg van deze vertaling zijn, prevaleert de Nederlandse tekst.

Versie 10040 / 9 maart 2006